We nemen je graag mee in onze overweging om bepaalde ingrediënten te vermijden. De huid is een complex ecosysteem en wat je erop smeert, doet ertoe. Daarom kijken wij kritisch naar ingrediënten: wat is hun functie, wat zegt de wetenschap, en hoe verhouden risico en voordeel zich tot elkaar?
Sommige stoffen vermijden wij liever. Niet per se omdat ze bij normaal gebruik altijd schadelijk zijn, maar omdat er wetenschappelijke discussie over bestaat, omdat wij de milieu-impact willen beperken of omdat er alternatieven zijn die beter passen bij onze formules en filosofie.
Meer lezen over wat we wel gebruiken? Dat doe je hier.
Hoe beoordelen wij onze ingrediënten?
Onze keuzes zijn gebaseerd op drie pijlers:
1. Huidgezondheid, op korte én lange termijn
We kijken naar irritatie, allergieën en mogelijke verstoring van de huidbarrière.
2. Systemische veiligheid
Wordt een stof via de huid opgenomen in het lichaam? En zo ja: hoeveel en wat is daarover bekend?
3. Milieu-impact
Wat gebeurt er nadat je het afspoelt? Breekt een stof af of blijft deze achter in water, bodem of organismen?
Waar mogelijk baseren we ons op systematische reviews, wetenschappelijke onderzoeken en adviezen van instanties zoals de Europese Commissie, de SCCS en ECHA.
Belangrijk om te weten: cosmetica die in de EU wordt verkocht, moet aan wettelijke veiligheidseisen voldoen. De veiligheid van ieder eindproduct moet worden beoordeeld en voor bepaalde groepen, zoals UV-filters, conserveermiddelen en kleurstoffen, gelden aanvullende wettelijke eisen.
Ingrediënten die wij liever vermijden
1. Stoffen met mogelijke hormoonverstorende eigenschappen
Voorbeelden: bepaalde parabenen, bisfenolen, sommige UV-filters zoals oxybenzone en octinoxate, en bepaalde ftalaten.
-
Voor sommige stoffen uit deze groepen is in laboratoriumonderzoek en dieronderzoek hormonale activiteit gevonden. Dat betekent dat een stof in bepaalde omstandigheden invloed kan hebben op hormoonreceptoren of hormonale processen. Het bewijst nog niet automatisch dat normaal gebruik in cosmetica bij mensen schadelijk is.
-
Toezichthouders beoordelen stoffen op basis van de gebruikte concentratie en de verwachte blootstelling. Zo concludeerde de SCCS dat propylparaben binnen de toegestane concentratie veilig kan worden gebruikt, ondanks aanwijzingen voor mogelijke hormonale effecten. Het beschikbare bewijs was volgens de SCCS niet sterk genoeg om propylparaben als hormoonverstorende stof aan te merken.
-
Ook bij bepaalde organische UV-filters zijn in laboratoriumonderzoek aanwijzingen voor hormonale activiteit gevonden. Voor toegestane toepassingen zijn veiligheidslimieten vastgesteld.
-
Onderzoek bij mensen is vaak inconsistent en moeilijk te interpreteren. Een verband in een bevolkingsonderzoek bewijst bovendien nog geen oorzakelijk verband.
-
Er blijft wetenschappelijke discussie over cumulatieve en gecombineerde blootstelling. Daarmee bedoelen we de optelsom van kleine hoeveelheden uit verschillende producten en bronnen. Misschien geen probleem met één product, maar wat gebeurt er wanneer je dagelijks meerdere producten gebruikt? Daar is nog niet voor iedere combinatie een duidelijk antwoord op.
Onze keuze: we vermijden deze stoffen waar mogelijk. Niet omdat bewezen is dat ieder product waarin ze voorkomen gevaarlijk is, maar omdat er wetenschappelijke discussie bestaat en wij formules kunnen maken zonder deze ingrediënten.
2. Bekende huidirriterende of sensibiliserende stoffen
Voorbeelden: SLS, SLES, synthetische parfumcomponenten en formaldehyde-releasers.
-
SLS kan de huidbarrière verstoren en irritatie veroorzaken, vooral bij herhaald gebruik of in hogere concentraties. Daarom wordt SLS in dermatologisch onderzoek zelfs gebruikt om huidirritatie gecontroleerd op te wekken.
-
Parfumstoffen behoren tot de bekende oorzaken van allergisch contacteczeem. Een contactallergie ontstaat niet simpelweg door “te veel van één stof”, maar door een combinatie van blootstelling en persoonlijke gevoeligheid. Wie eenmaal gesensibiliseerd is, kan daarna ook op een heel kleine hoeveelheid reageren.
-
Formaldehyde-releasers zijn conserveermiddelen die tijdens gebruik of opslag kleine hoeveelheden formaldehyde kunnen afgeven. Sommige van deze stoffen zijn toegestaan, maar ze kunnen bij gevoelige of allergische mensen contacteczeem veroorzaken.
Onze keuze: minimaliseren of vermijden, zeker voor de gevoelige huid.
We proberen ook zo min mogelijk etherische oliën te gebruiken. Soms lukt het niet om de geur van de natuurlijke ingrediënten stabiel te houden zonder etherische olie. Daarom is aan een aantal producten een zeer laag percentage etherische olie toegevoegd.
Wel eerlijk: etherische oliën zijn natuurlijk, maar daardoor niet automatisch mild. Ze kunnen stoffen bevatten zoals limonene, linalool, citral en geraniol, die bij sommige mensen een allergische reactie kunnen veroorzaken. Daarom vermelden we ze duidelijk in onze ingrediëntenlijsten.
3. Stoffen met een onzeker langetermijnprofiel
Voorbeelden: bepaalde nanodeeltjes en microplastics.
-
Nanodeeltjes zijn extreem kleine deeltjes, duizenden keren kleiner dan een haar. Onderzoek laat zien dat goedgekeurde vormen van nano-zinkoxide nauwelijks door een gezonde, intacte huid dringen. De SCCS beschouwt specifieke vormen van nano-zinkoxide binnen de toegestane toepassingen als veilig of als een beperkt risico voor gebruik op de huid. Voor inademing gelden andere aandachtspunten.
-
De effecten hangen af van onder andere de grootte, vorm, coating en toepassing van het deeltje. Je kunt dus niet alle nanodeeltjes als één groep beoordelen.
-
Microplastics hebben een goed gedocumenteerde milieu-impact doordat ze zeer langzaam afbreken en zich in het milieu kunnen verspreiden. Microplastics zijn inmiddels ook aangetroffen in het menselijk lichaam, maar wat dit bij de blootstellingsniveaus van nu precies betekent voor onze gezondheid, is nog onvoldoende duidelijk.
Onze keuze: uit voorzorg gebruiken we geen nanodeeltjes en kiezen we in onze zonbescherming voor non-nano ongecoat zinkoxide. Toegevoegde microplastics vermijden we vanwege hun persistentie en milieu-impact. Onze producten zijn hiervoor getest via de Plastic Soup Foundation.
4. Stoffen met milieu-impact
Voorbeelden: oxybenzone, octinoxate, octocrylene, microplastics en bepaalde slecht afbreekbare siliconen.
-
Laboratoriumonderzoek laat zien dat sommige organische UV-filters, waaronder oxybenzone, bij bepaalde concentraties schadelijke effecten kunnen hebben op koralen en andere waterorganismen.
-
Er is nog discussie over de mate waarin deze laboratoriumconcentraties overeenkomen met de blootstelling in open zee. Ook zijn klimaatverandering en opwarming van zeewater veel grotere oorzaken van grootschalige koraalverbleking. We willen de mogelijke bijdrage van UV-filters dus niet groter maken dan het bewijs rechtvaardigt.
-
Microplastics zijn persistent: ze breken zeer langzaam af en kunnen zich ophopen in water, bodem en organismen.
-
Niet alle siliconen hebben hetzelfde milieuprofiel. Vooral rond bepaalde vluchtige, cyclische siliconen bestaan zorgen over persistentie en ophoping in het milieu.
Onze keuze: we vermijden deze ingrediënten waar mogelijk en kiezen voor alternatieven die beter aansluiten bij onze natuurlijke en milieubewuste formules.
5. Overbodige of vervangbare ingrediënten
Voorbeelden: minerale oliën, petroleumderivaten, PEG’s, bepaalde polymeren en aluminiumzouten in sommige toepassingen.
-
Minerale oliën zijn effectieve occlusieve ingrediënten. Ze leggen een afsluitend laagje op de huid en kunnen daardoor vochtverlies verminderen. Dat is een nuttige huidfunctie en ze worden binnen de toegestane kwaliteit als veilig beschouwd.
-
Wij kiezen liever voor plantaardige oliën die naast hun afsluitende en verzachtende werking van nature vetzuren en andere bestanddelen bevatten. Dat maakt ze niet automatisch beter voor iedere huid, maar ze passen beter bij onze formules en filosofie.
-
PEG’s en siliconen kunnen nuttige functies hebben, bijvoorbeeld als emulgator of voor een glad huidgevoel. Wij gebruiken ze niet omdat we deze functies liever vervullen met ingrediënten van natuurlijke of plantaardige oorsprong.
En dan water. Huh? Yep.
Water is niet slecht voor de huid, maar in een cosmetisch product is het vooral een oplosmiddel en drager. Voor crèmes is een waterachtige fase nodig om ingrediënten te mengen en de crème smeerbaar te maken. Wij willen alleen niet dat het grootste deel van een product uit toegevoegd water bestaat wanneer we die ruimte ook functioneel kunnen invullen.
Daarom kiezen we voor 0% toegevoegd water als een product geen crème is. Wanneer er wel een waterachtige component nodig is, gebruiken we bijvoorbeeld tomatensap of aloëverasap. Die bestaan ook grotendeels uit water, laten we daar eerlijk over zijn, maar bevatten daarnaast van nature andere bestanddelen uit de plant die wel iets doen voor de huid.
Onze keuze: ingrediënten die een duidelijke functie hebben binnen de formule, zonder onnodige vulmiddelen.
Wat zegt de wetenschap nu echt?
-
Veel van de ingrediënten die wij vermijden, zijn door toezichthouders als veilig beoordeeld binnen bepaalde toepassingen en concentraties.
-
Tegelijkertijd zijn er bij sommige stoffen aanwijzingen voor mogelijke effecten of blijven er vragen bestaan over langdurige, cumulatieve of gecombineerde blootstelling.
-
Resultaten uit laboratoriumonderzoek of dieronderzoek kunnen aanleiding geven tot verder onderzoek, maar bewijzen niet automatisch dat dezelfde effecten optreden bij mensen die een cosmetisch product normaal gebruiken.
-
Er is zelden zwart-witbewijs. Het gaat om blootstelling, concentratie, toepassing, risico-inschatting en keuzes binnen onzekerheid.
Wij kiezen bewust voor vermijden waar dat kan en voor alternatieven die passen bij onze formules. We kunnen dezelfde cosmetische functie bereiken zonder ingrediënten waarover discussie bestaat.
Onze filosofie samengevat
-
Niet alles wat synthetisch is, is slecht.
-
Niet alles wat natuurlijk is, is automatisch beter.
-
Een stof kan in een laboratorium een bepaald effect laten zien, zonder dat bewezen is dat normaal gebruik in cosmetica hetzelfde effect veroorzaakt.
-
Als er goede alternatieven zijn die passen bij onze huid- en milieufilosofie, kiezen wij daarvoor.
Wij vermijden bepaalde ingrediënten als:
-
er alternatieven bestaan die beter bij onze formules passen
-
er wetenschappelijke twijfel, discussie of nuance bestaat
-
we onnodige blootstelling willen beperken
-
we de huid én planeet zo min mogelijk willen belasten
Korte conclusie
De beste wetenschappelijke consensus is dat veel cosmetische ingrediënten veilig zijn binnen de wettelijke toepassingen en concentraties. Tegelijkertijd zijn er voor sommige stoffen aanwijzingen of onzekerheden rond hormoonactiviteit, huidirritatie, langdurige en gecombineerde blootstelling of milieu-impact.
Daarom vinden wij een kritische, bewuste selectie belangrijk.
Onze blacklist uitgeschreven
Deze blacklist is een lijst met ingrediënten en stofgroepen die wij niet gebruiken.
- Acetone
- Aluminiumzouten
- Toegevoegd water als onnodig vulmiddel
- Artificial colours
- BHA
- BHT
- Bisphenols
- Bepaalde synthetische copolymers
- Formaldehyde-releasers
- Genetisch gemodificeerde ingrediënten
- Minerale oliën
- Toegevoegde microplastics
- Nanodeeltjes
- Octinoxate
- Octocrylene
- Oxybenzone
- Propylene glycol
- Polyethylene glycol
- Parabenen
- PEG’s
- Petroleumderivaten
- Synthetisch parfum
- Bepaalde ftalaten
- Siliconen
- SLS
- SLES
- Synthetische kleurstoffen
- Toluene